Over vrijheid van meningsuiting

Meningsuiting

Waar houd de vrijheid op?

Sinds de moord op Theo van Gogh lijkt iedereen in Nederland het over één ding eens: Iedereen mag roepen wat hij of zij wil roepen. We zijn het hierover zo met elkaar eens, dat het op dit moment bijna een sport is om deze onzin zo hard mogelijk te roepen. Op tv, in kranten, tijdens cabaretvoorstellingen: Overal moet het geroepen worden. Waarom? Omdat het geroepen mág worden.

Iedereen die het met deze roep om het vrije woord niet eens is, wordt in de pers genadeloos afgeslacht. Velen zetten vraagtekens bij iedereen die vindt dat de vrijheid niet zo ver gaat, dat alles gezegd mag worden; in dat geval ben je niet meer democratisch. Vrijheid van meningsuiting zou een van de fundamenten van de huidige democratie zijn, ergo daar blijf je af…

Nog afgezien van de vraag óf vrijheid van meningsuiting wel écht een pijler onder onze kleine volksstaat is, gaan deze mensen massaal voorbij aan het feit dat er ook nog andere dingen belangrijk zijn in een democratie. In een democratie moeten de zwakkeren beschermd worden, moet de persoonlijke levenssfeer beschermd worden door de regering, en ben je vrij om te geloven wat je wilt, zonder daarom gediscrimineerd te worden. Dit zijn zomaar drie punten, drie rechten die in ons land, behalve het vrije woord, ook gelden. En met deze drie rechten kan het vrije woord zomaar op pijnlijke manier in aanraking komen.

In zo’n geval blijkt dus, dat het recht op vrijheid van meningsuiting niet absoluut kan zijn, geen alleenheerser. Het recht op vrijheid van meningsuiting kortom, kan geen dictatuur zijn. Het recht op vrijheid van meningsuiting moet zijn grond delen met allerlei andere rechten, en vaak, voornamelijk rechten van anderen.

Toch zijn er mensen die dat wel denken. Die denken dat ze alles mogen zeggen, iedereen mogen beledigen, en met alles de spot drijven, onder het mom van vrijheid van meningsuiting. Die mensen zitten uiteraard niet te wachten op beperkingen aan, de hun zo dierbare, vrijheid. Ze hebben geen zin om zich te verantwoorden. Niet aan de buurman, niet aan de buurvrouw, niet aan de rechter, en niet aan de minister van justitie.

Maar dát is nou iets wat ik niet begrijp. Wanneer jij een mening hebt, een goed gefundeerde, wel-doordachte, niet uit de lucht geslagen mening, dan wil je die toch juist, aan iedereen die het horen wil, verantwoorden? Een uitspraak waar je geen verantwoording voor wilt afleggen, is geen mening, maar een holle kreet! Pas wanneer je bereid bent om je uitspraak te verantwoorden, is het een echte mening. Pas dán heb je echt lef, dat je daarvoor uitkomt, dat je dat zegt. Pas dán kan jou mening gerespecteerd worden. Pas dán kun je met recht zeggen, dat je het recht hebt om je mening vrij te uitten!