De grote verhuizing

Hart

Stel, je gaat verhuizen… Je hebt je oude huis verkocht, en een nieuw huis op een prachtig plekje Nederland gekocht. Al maanden ben je bezig met verbouwen, verven, behangen en inrichten. En het wordt geweldig! Dit huis wordt helemaal jou huis! Tja, en de meubels uit je oude huis? Die kunnen weg, niet meer nodig. Dus je informeert hier en daar ‘s, om te vragen wat het kost als je de vuilophaaldienst langs laat komen, om de oude zooi op te halen.

En dan komt je buurvrouw langs… En jullie raken aan de praat, en zij verteld dat haar zoon een klein flatje heeft gekocht, vlakbij de universiteit… Dat hij dus binnenkort wel het huis uit gaat… Dat hij zijn nieuwe flat nog wel moet inrichten… Dat alles zo duur is geworden tegenwoordig… Zelfs 2e hands meubelen zijn duur… En dan opeens:”Zeg, wat doe jij eigenlijk met je oude meubels? Neem je die allemaal mee?” “Nee zeg!”, roep jij,”Ik ga me niet met al die meubels lopen sjouwen… Alles nieuw! En deze meubels gaan naar de vuilstort.” “Ow…”

Er valt een stilte… Je weet dat je buur stiekem hoopt dat jij iets zegt als:”Als Wouter mijn meubels wil hebben, mag dat wel hoor… Hij kan ze hier zo ophalen…”

Maar je zegt niets…

De buurvrouw vertrekt, en ‘s middags komt Wouter zelf even langs: “Mijn moeder zei dat u al uw oude meubels weggooit, en euh, nou, kijk, nou euh, vroeg ik meu, ik vroeg me af of ik ze misschien mag hebben… U weet wel, omdat ik over een tijdje op mezelf ga wonen…”

Je begint je nu te ergeren aan de stiltes in gesprekken die vandaag om de haverklap lijken te vallen, en zegt dan: “Nee, sorry, ik heb al een andere bestemming!” en de jongen druipt gedesillusioneerd af…

De volgende dag komt er een grote vrachtwagen voorrijden. 3 mannen stappen uit, en bellen bij je aan. Je wijst ze de weg naar de woonkamer, en de slaapkamers: “Alles mag mee, alles wat ik wil bewaren is er al uit.” En de mannen gaan aan ‘t werk. Een complete zithoek verdwijnt in de vrachtwagen, een mooi leren bankstel, een eethoek, met 4 mooie stoelen… Een zwarte televisiekast… “Vindt u het nou niet zonde om dit allemaal zo maar weg te gooien? Je kan dit spul zo verkopen, ‘t ziet er allemaal nog heel goed uit!” vraagt een van de “verhuizers” je… “Nee, ik wil het allemaal kwijt, ik begin een nieuw leven!” zeg je, terwijl je denkt: “Waarom wil iedereen nou perse dat ik die meubels weggeef, of verkoop? Ik mag ze toch weggooien als ik dat wil!”

Natuurlijk mag jij doen met je spullen wat je wilt… Weggooien mag dus ook… Maar een beetje asociaal is het wel, toch? Dat voelt iedereen op z’n klompen aan…

En toch… Waarom zijn er dan in Nederland zo weinig mensen die hun organen willen afstaan na hun dood? Wat is dat voor onzin!? Wat heb ik nog aan mijn hart, als ik onder de zoden lig? Welk redelijk argument is er te verzinnen, t├ęgen het afstaan van organen? Bang dat je ‘t voelt? “Ik wil niet dat ze in me gaan lopen snijden als ik dood ben!” Nee, owke, lijkt mij ook niet prettig… Maar als ik nog in leven ben, en er moet gesneden worden, laat ik het allemaal wel toe! Er zijn zelfs mensen die onder het mes gaan, om hun eigen vadzigheid weg te laten spuiten. En die vadzigheid wordt er bij anderen, iets hoger dan, weer ingespoten… Allemaal onder het mes!

Maar na mijn dood! Nee, dan mogen ze niet meer aan mij komen… Wat een onzin! Hoe hufterig, egoistisch en asociaal is het, om geen donor te willen zijn, maar wel te willen ontvangen?! Hoe krangzinnig zit deze wereld in elkaar, dat er, nog geen 10 jaar na de komst van de nieuwe wet, alweer een nieuwe wet moet komen, omdat meer dan de helft van hufterig Nederland lijkt te denken: “Na mij de zondvloed!”? Ik kan er met mijn verstand niet bij! Toen ik 18 werd, en de vraag kreeg voorgelegd, heb ik 1 kruisje gezet, en 1 handtekening. De kaart in de bijgeleverde enveloppe gedaan, en opgestuurd… Na mijn dood mogen ze alles hebben, waar ik niets meer aan heb, en dat is dus vrij veel… En heb ik er last van? Nee, ‘k denk ‘t niet…

Hebben anderen er baat bij? Ja! Ik denk het wel!