Homos!

Homo's

Op 10 februari 2006 gaven Kor en Toos elkaar het ja-woord. Ze hadden al sinds hun tienerjaren verkering, en nu was het er dan eindelijk van gekomen. Het was een heerlijke dag: Het begon allemaal met een boel stress met de kapper, en een fotograaf die te laat was, maar ze waren uiteindelijk net op tijd op het gemeentehuis. O, en dat was zo leuk, de ambtenaar had bij de familie van Kor en Toos inlichtingen ingewonnen, en kwam nu, voor heel de zaal, met leuke anekdotes over de vroege jeugd van Toos en vriendinnetjes van Kor. Ze nam rustig de tijd, en kreeg de lachers op de hand, zonder al te overdreven de komiek te zijn: Alle aandacht was voor Kor en Toos. Als je later aan Kor of Toos vroeg, wat ze het mooist aan hun trouwdag vonden, zouden ze ongetwijfeld antwoorden met: “De ambtenaar!”

Dat was ook de reden dat Henk en Willem, ook al weer 4 jaar bij elkaar, voor hun trouwdag om dezelfde ambtenaar hadden gevraagd. Ze waren bij Kor en Toos geweest, en eigenlijk was het de ambtenaar die Henk deed beslissen om 4 weken later Willem ten huwelijk te vragen. Alle voorbereidingen waren in volle gang, en daarbij hoorde natuurlijk ook het overleg met de ambtenaar en het gemeentehuis.

“Erika, maandag komt er een stel dat wil trouwen, en ze hebben gevraagd of ze jou konden krijgen. Kun jij dan met hun de afspraken verder maken?” Vroeg de chef burgerlijke stand van het gemeentehuis zijn ondergeschikte. “Natuurlijk, hoe heten ze?” “Mooi, het zijn Willem en Henk, en ik heb ze al verteld dat jij ‘t wel kan doen”, was het antwoord. Erika was even stil, en zei toen “Chef, Willem en Henk… Zijn dat…” ” JA! Dat zijn homo’s! Maar daar hebben wij hier toch geen problemen mee?” vroeg de chef. Erika was stil. Het was de eerste keer, in deze gemeente, dat er een homostel getrouwd zou worden… En waarom hadden ze nou juist háár uitgezocht? “Chef, kan iemand anders het niet doen? U weet toch wel, toen ik in dienst kwam, dat ik had gezegd…” “Ja, dat je daar problemen mee had. Dat weet ik nog wel, maar ik hoop toch dat je in die vijf jaar wel over die naïviteit bent heengegroeid, of niet?” “Nou… Eigenlijk…” “Luister! Jij trouwt de ho’s, en daarmee basta! Ik ga geen werkweigering accepteren!”

Diezelfde avond praatte Erika met haar man over de situatie. Haar chef had al wel eens eerder aangegeven, dat hij dit reden vond voor ontslag, het was er alleen nog nooit op aangekomen. Ze wilde haar baan toch ook niet kwijt… Maar kon ze als Christen wel zo’n huwelijk sluiten? “Ik gun ze hun huwelijk, echt! Maar moet ik daaraan meewerken? Moet ik daarvoor de verantwoordelijkheid dragen!?” vroeg ze in tranen. Ze moest kiezen tussen haar geweten en haar baan, zo’n keus kan toch niemand maken? “En waarom doen ze er zo moeilijk over dat ik dit niet wil!? Homo’s zouden toch juist moeten begrijpen dat je, als minderheid, niet onderdrukt wil worden door de meerderheid?! Vroeger mochten zij nergens komen omdat ze homo waren, dat noemt men nu onmenselijk! Maar dat ik als Christen liever niet meewerk aan een homohuwelijk is naïef, achterhaald, en van dat idee moet ik maar snel af! Waarom worden de Christenen nu in de kast geduwd?”

Na lang beraad heeft Erika een besluit genomen. Het gaat slecht op de zaak van haar man, en hij is bang voor z’n baan. Ze kunnen het geld van de baan van Erika goed gebruiken, als hij straks op straat staat. Erika zal het huwelijk sluiten.

Een paar weken later is het zover. De grote dag! Henk en Willem hijsen zich allebei strak in pak, en vertrekken in een mooie auto richting gemeentehuis. In de trouwzaal aangekomen fluistert Henk naar zijn aankomend echtgenoot: “Nou, ik kan me herinneren dat ze de vorige keer nettere kleren aanhad!” “Inderdaad, ze heeft nu volgens mij maar iets uit haar kast laten vallen, en dat aangetrokken!” “Ze weet toch dat we smaak hebben!?” grapt Henk. Erika neemt het woord. Een beetje bits begint ze mensen naar hun stoel te dirigeren. Vlak voordat ze wil beginnen komt er nog iemand binnen, en Erika irriteert zich hier zichtbaar aan. Ze wacht tot ze zit, en neemt dan het woord: “Goedemiddag, leuk dat jullie d’r allemaal zijn. Laten we snel beginnen.” Ze vertelt kort iets over het huwelijk, en komt vrijwel direct tot de vragen. Een beetje verbouwereerd zijn Henk en Willem wel: Dit was niet de ambtenaar die ze besteld hadden! De vorige keer was Erika zo grappig, en wist ze het allemaal zo leuk te vertellen!

Na twee korte ja’s sluit Erika het huwelijk. Ze lijkt zichtbaar geïrriteerd over de jengelende baby op de achterste rij, en van de fotograaf die het, korte, gebeuren met flitsjes vastlegt. Wanneer hij een foto van het paar wil nemen, vraagt Erika, zichtbaar getergd, “Zal ik dan maar even wachten!?” Na een kort afsluitend praatje, bonjourt Erika het hele stel weer snel de zaal uit. Meer dan drie kwartier eerder dan gepland, staan Henk en Willem, getrouwd, weer buiten.

Als je Henk en Willem nu zou vragen, wat het mooiste aan hun trouwdag was, antwoorden ze steevast met: “Nou, de trouwambtenaar in ieder geval niet!”