Vrijmarkt

Vrijmarkt

Na een dagje lopen over talloze vrijmarkten die ons land op 30 April rijk is, vond ik het tijd om daar eens goed over na te denken. Want hoe komen wij, “nuchtere” Hollanders aan zo’n krankzinnige traditie? Hij bestaat nog niet zo lang, en toch is het een enorm succes. Hoe? Waarom?

Wat drijft mensen om, op een prachtige vrije zaterdag, toch weer aan geld, handel, en andere zorgen te denken? Waarom zuipt heel Nederland zich niet een stuk in de kraag, waarom niet gezellig bij familie langsgaan, of lekker rustig voor de tv naar onze majesteit kijken? Altijd komt die vrijmarkt weer. Zelfs als je op bezoek bent bij familie, ga je “toch nog even kijken op de markt.”

Waarom?

Ik denk dat er drie redenen voor deze vage verkooptraditie te vinden zijn. De eerste, en makkelijkste, ligt bij de verkopers: “Heej, er is dit jaar weer vrijmarkt. Zal ik een plaatsje reserveren? Kunnen we eindelijk eens al die zooi van zolder halen, en misschien verdienen we er nog wat mee ook!” Dus alle rotzooi wordt verzameld, de buurvrouw heeft ook nog wat oude potten en kruikjes waar ze vanaf moet, papa heeft van de zaak nog wat antieke apparatuur meegenomen: “Je weet nooit! Misschien levert ‘t wel iets op! Ik mocht ‘t gratis meenemen!” Tuurlijk. Op de zaak zijn ze blij dat ze nu eindelijk een goede reden hebben om dat verschrikkelijke spul uit ‘t archief weg te geven. En zo wordt op zaterdag ochtend alles in de stationwagen geladen, kleed erbij, tafeltje, en twee stoeltjes, en weg maar. “Wel op tijd, anders zijn alle plekjes al vergeven!”

De tweede reden, bijna net zo duidelijk als de eerste, zijn de kopers: “Joh, laten we even kijken! Misschien vinden we er nog wat leuks!” En dus gaat iedereen, die niet verkoopt, op zaterdag ochtend, getooid met een portemonnee gevuld met geld, en een hoofd gevuld met hoop, óók naar de vrijmarkt. Ze lopen langs de kleedjes, tafeltjes, en grabbeltonnen, vol met onzinnige prularia. En ja hoor, daar is het dan! “Heej, kijk ‘s! Dat servies kunnen we misschien wel gebruiken voor in de caravan!” En dus wordt ‘t servies gekocht, voor de bodemprijs van 5 euro. “En dan die vaas! Altijd handig joh!” Dus die gaat ook mee. “Hier lief, dit receptenboekje, kostte maar 50 cent!” “Kijk! Een beeldscherm! Voor die paar euro kun je niet zonder zitten!” “Ow, wat vind je van dat schilderij? Mooi he? En maar een tientje!” “Zo, da’s ook niet duur!” “Joh, neem mee! Voor dat geld kun je ‘t niet laten liggen!”

En na dit vrijmarkt-orgasme, komt, zoals na elk hoogtepunt, het dieptepunt. Voor de verkopers betekent het dat ze, na een dag venten, niets echt gevent hebben, en ze behalve hun eigen rotzooi, ook nog de potten en kruikjes van de buurvrouw, en de oude bagger van de zaak mee naar huis moeten nemen. “Nog wat verdiend?” “Nou, ‘t weer zat niet echt mee he?” En ‘t foute weer accepteert iedereen als goed excuus voor mislukte handel. Voor de kopers geldt ongeveer hetzelfde: Dat geweldige 12-delige servies, voor op de camping, is misschien toch niet zo praktisch… Voor met z’n tweetjes. En dan die vaas! “Hoe hebben we dat kitscherige ding ooit kunnen kopen!?” “Receptenboekje? En je kookt nooit!” Het beeldscherm is misschien toch wat groot, vergeleken bij het lcd-scherm wat er nu staat. En dat geweldige schilderij dan… Bij nader inzien lijkt die naakte vrouw erop toch net iets teveel op schoonmoeder, waardoor het behoorlijk afstotelijk is, en je het niet met goed fatsoen in de kamer kunt hangen. Heel de zooi wordt naar de zolder verhuisd, en verdwijnt tot de lente uit onze gedachten.

En dan komt het weer. Het mooie weer… We gaan de zolder opruimen. En al die rommel moet maar eens weg! “Hoe hebben we ooit zo’n verschrikkelijk naaktschilderij kunnen kopen?! Weet je wat? Als we nou eens alles verzamelen, en ‘t met koninginnedag op de vrijmarkt verkopen?! En daar hebben we ‘m. De derde reden voor de vrijmarkt: Ooit is er een debiel met veel rotzooi begonnen ‘t te verkopen, en nu verkoopt iedereen als debielen, de rotzooi die we vorig jaar, als debielen, hebben gekocht, of mee terug hebben genomen van de mislukte verkoop. En na een heel jaar zinloos werken voor ‘t salaris van de baas, hebben we ook dit jaar weer de hoop. De hoop op een goeie handel, of de hoop een leuk en goedkoop dingetje op de kop te tikken.

Ik stel voor om meer paasvuren aan te steken, maar dan met koninginnedag. Koninginnedag vuren dus. Iedereen mag die dag z’n rotzooi naar het marktplein brengen, en dan wordt ‘t door de vrijwilligers van de brandweer verantwoord in de hens gestoken. De rook is na een dagje wind weer weg, maar belangrijker: De rotzooi is en blijft weg!